“Zullen we terug gaan, ‘t wordt nu wel heel slecht..”, de woorden waaien amper van mijn lippen of net over de kam verschijnt een poppetje, die als een idioot schreeuwt en met zijn armen zwaait zo snel hij ons in het vizier krijgt. Langzaam glijden we naar hem toe.. de eerste woorden die ons bereiken zijn “help” en iets van “avalanche” en met een blik over de rand is het een opslag duidelijk; de groep voor ons heeft bij de afdaling een hele dikke lawine afgetrapt en blijkbaar zijn er twee mensen in verdwenen.

Kut.. wijze woorden vanuit de SSC training komen boven, organiseren, zoeken, vinden, graven en heli bellen. De eerste hebben we snel eruit, hij maakt kabaal voor tien en zijn linker arm staat in een vreemde hoek. De tweede lijkt onvindbaar, pas na 20 minuten hebben we zijn hoofd vrij. Hij ligt akelig stil en reageert niet op ons geschreeuw en geschud.. “Waar blijft die fucking heli?” schreeuw ik naar mijn maatje, maar zijn blik zegt al voldoende. “Geen heli, te slecht weer om te vliegen… ”